De spelregels van honkbal
Honkbal is een fascinerende kijksport, zeker wanneer het zoals nu op wereldniveau wordt bedreven. U moet alleen wel even weten waar u op moet letten en de momenten herkennen wanneer het er echt om spant. Voor diegene die pas net kennis maken met deze fantastische sport staan hieronder beknopte spelregels. Echter, bij honkbal gebeurt meer! Geen wedstrijd is hetzelfde en hoe vaker u naar een wedstrijd gaat hoe meer u er van zult gaan houden.
Spelers
Een honkbalteam bestaat uit 9 man, die tijdens een wedstrijd zowel als slagpartij (aanvallend) en als veldpartij (verdedigend) fungeren. Alleen de slagpartij kan punten scoren en de volgorde waarin de spelers van deze ploeg als slagman fungeren staat van tevoren vast. De verdedigende partij bestaat uit een werper (pitcher), achtervanger, drie honkbalmannen, een korte stop en 3 buitenvelders. De coaches van de slagpartij staan, zoals u snel zult ontdekken bij het 1e en het 3e honk. Er zijn maar liefst 4 scheidsrechters: bij de thuisplaat en elk honk. Soms staan er ook nog 2 arbiters in het buitenveld.
Wedstrijd
Een honkbalwedstrijd duurt 9 innings. In 1 inning zijn beide teams aan slag geweest en is de slagbeurt beëindigd doordat de scheidsrechter 3x uit heeft gegeven. Heeft de slagpartij dus 3 maal uit gekregen, wordt zij veldpartij. De veldpartij is nu aan slag tot er wederom sprake is van driemaal uit. Soms is een slagbeurt hierdoor snel voorbij. Maar het kan ook voorkomen dat de spelers van de slagpartij in één inning meerdere malen mogen slaan. Iets wat op wereldniveau overigens zelden voorkomt.
Veld
Het honkbalveld heeft de vorm van een driehoek. de afstand vanaf de thuisplaat, waar de achtervanger (catcher) staat tot de achterlijn (hek) bedraagt ruim 100 meter. De afstand tussen de honken onderling is 27,5 meter. De heuvel voor de werper ligt op 18,5 meter van de thuisplaat. Het veld is gras met gravelpaden tussen de honken en de thuisplaat.

Punt scoren
Een slagman die na een goed geslagen bal via de drie honken over de thuisplaat binnenkomt, scoort daarmee 1 punt. Wanneer hij de bal over het hek slaat spreken we van een homerun en mag hij ongehinderd via de honken de thuisplaat bereiken en een punt scoren.
Verdedigen
De veldpartij probeert te verhinderen dat de slagman een punt scoort en tracht te voorkomen dat hij de opeenvolgende honken bereikt. De slagman moet uit. Bijvoorbeeld door uitvangen. De slagman slaat, maar de bal wordt onderschept en pijlsnel naar het eerste honk gegooid en gevangen door de 1e honkman, die contact heeft met 't honk. Gebeurt dit voor de slagman het eerste honk heeft aangeraakt is hij uit. Wordt de bal na een slag van de slagman in één keer gevangen is hij ook uit. Heeft de slagman eenmaal het 1e honk bereikt, kan hij het resterende traject alleen nog worden uitgetikt. Ofwel, met de bal in de hand worden aangeraakt voor hij een honk heeft bereikt.
Spel
Het spel begint met de werper die op een heuvel staat waardoor hij harder en met de vreemdste effecten kan gooien. Zijn doel is reglementair zo te gooien dat de slagman zo min mogelijk kans heeft goed te kunnen slaan. De werper moet daarbij op twee dingen letten: de bal moet in de slagzone gegooid worden en over de thuisplaat. Slagzone is de ruimte tussen knieën en okselhoogte van de slagman. De breedte van de thuisplaat is ± 40 cm. Slaat de slagman mis op een correct aangegooide bal, is het slag. Doet hij dit driemaal, is hij uit. Gooit de werper buiten de slagzone, is het wijd. Gebeurt dit vier keer, mag de slagman zo naar het 1e honk lopen. Hij mag dit ook doen wanneer hij wordt geraakt door een aangegooide bal. Er is ook sprake van slag wanneer de slagman de bal, zonder de grond of een speler te raken, buiten het speelveld slaat. Bij honkbal mag op elk honk slechts 1 speler van de slagpartij staan. Wanneer het eerste of meerdere honken bezet zijn, kan de slagman besluiten tot een stootslag. Ofwel, hij stopt de gegooide bal door de knuppel met twee handen horizontaal te houden. De verwarring die nu ontstaat biedt hem of z'n medespelers de kans het beoogde honk te bereiken.
De Vaktaal van het honkbal
Slagzone
De hoogte tussen knie- en okselhoogte van de slagman, waarbinnen een bal over de thuisplaat gegooid moet worden.
Vangbal
Een geslagen bal wordt direct, zonder de grond te raken, gevangen.
3-slag
Wanneer de bal de slagzone passeert en de slagman de bal voorbij laat gaan, of hij probeert de bal te raken zonder succes, dan roept de hoofdscheidsrechter "Slag". Na driemaal slag ("Strike") is de slagman uit en moet weer plaatsnemen in de dug-out.
Uittikken
Na geslagen te hebben in de goede richting, wordt de slagman (nu loper geworden) uitgemaakt als hij wordt aangetikt met de bal, die wordt vastgehouden door één van de verdedigers die de bal heeft opgeraapt of aangegooid gekregen van één van zijn teamgenoten.
Gedwongen loop
Wanneer een loper een honk nadert en niet terug kan keren (bijv. na het slaan van de bal is de slagman verplicht richting 1e honk te rennen) en een verdediger is in het bezit van de bal, als deze het betreffende honk eerder aanraakt dan de loper, is de loper uit.
Gedwongen loop
Wanneer een loper een honk nadert en niet terug kan keren (bijv. na het slaan van de bal is de slagman verplicht richting 1e honk te rennen) en een verdediger is in het bezit van de bal, als deze het betreffende honk eerder aanraakt dan de loper, is de loper uit.
"In" safe
Een aanvaller probeert het honk te veroveren wat volgt op het honk waar hij zich bevindt. Hij zal stoppen op het honk dat hij veilig heeft bereikt. Deze situatie in het veld blijft zo totdat de bal teruggaat naar de werper om het spel te hervatten met de volgende slagman.
4-wijd
Als de werper de bal niet in de slagzone gooit en de slaman niet op de bal slaat, roept de hoofdscheidsrechter "Wijd" (Ball). Wanneer het totaal van de wijdballen (ook afgewisseld met slagballen) 4 bedraagt, heeft de slagman het recht om als loper naar het 1e honk te gaan.
Gestolen honk
De lopers die worden begeleid door de coaches kunnen ook proberen het volgende honk te bereiken zonder dat er werkelijk wordt geslagen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de honkloper naar het volgende honk rent en de verdedigende partij te laat is met het aangooien naar dat honk. Ook de achtervanger kan de bal laten schieten of verkeerd aangooien. Men spreekt dan van een gestolen honk.
Dubbelspel
Wanneer er behalve de slagmanloper nog meer lopers op de honken zijn, heeft de verdedigende partij de mogelijkheid om meer dan één speler uit te maken. In het bijzonder als het een geval van een gedwongen loop is op een korte slag of wanneer er sprake is van een vangbal en de lopers moeten terugkeren naar het losgelaten honk.