Bijna iedereen weet dat er voor het honkbalspel een handschoen, een knuppel en een bal nodig zijn, maar een nadere beschouwing van de sport leert dat er veel meer bij komt kijken. Alleen al in knuppels en handschoenen tref je een verscheidenheid aan van maten, gewichten en modellen. Ook voor het speelveld zijn materialen nodig, zoals honken, thuis- en werpersplaten; deze zijn gemaakt van hard rubber en zijn altijd wit.
Knuppels: Honkbalknuppels zijn van hout of een harde soort lichtmetaal, aluminium. Vroeger werden alleen maar houten knuppels gebruikt. Aluminium knuppels zijn echter eenvoudiger te fabriceren en zijn aanzienlijk gemakkelijker om (ver) mee te slaan. Houten knuppels breken overigens snel bij onjuist gebruik. De laatste jaren komt ook het gebruik van moderne composiet-materialen in knuppels steeds meer voor.
In de Amerikaanse Major League is het voorgeschreven met houten knuppels te slaan. Sinds enige jaren worden in internationale wedstrijden zoals de Haarlemse Honkbalweek, het World Port Tournament en bij alle internationale competities nog uitsluitend houten knuppels gebruikt. Gevolg hiervan is dat ook in de hoogste landelijke competities (zoals de Nederlandse hoofd- en eerste klassen) houten knuppels worden gebruikt.
Traditioneel is de regel dat dergelijke knuppel uit 1 stuk hout vervaardigd moeten zijn. In de Nederlandse competities wordt hier van afgeweken door bepaalde aanpassingen toe te staan ten gunste van de duurzaamheid van de knuppel (m.n. coaten van de knuppel).
Aluminium knuppels worden meestal voorzien van een (kunst)leren 'grip', zoals je ook bij tennisrackets en hockeysticks ziet. Bij houten knuppels volstaat de speler meestal met het aanbrengen van wat hars (pine-tar) om de greep op de knuppel te verbeteren.
Ballen: Een honkbal is aan de buitenzijde van leer. De kern is van rubber of kurk. Om deze kern heen is wol en katoen gewonden, respectievelijk voor de veerkracht en de stevigheid. Hieromheen is een dun laagje rubberlijm aangebracht en daaroverheen gaat de lederen huid. Een goede honkbal is gemaakt van paardenleer omdat dit niet rekt.
Handschoenen: Handschoenen werden van oudsher gemaakt van leer met een vulling van wol. De wollen vulling is bij veel handschoenen vervangen door een kunstof vulling. De buitenkant van de meeste (goede) handschoenen wordt nog steeds van leer gemaakt, hoewel er steeds meer andere materialen verschijnen.
De leren honkbalhandschoenen variëren in afmetingen en gewicht en ook in model; het model en de afmetingen van de handschoen zijn afhankelijk van de positie van de speler in het veld. De 'normale' veldhandschoen herkent men aan de vingers. In het binnenveld worden relatief kleine handschoenen gebruikt en in het buitenveld relatief grote. De afmetingen zijn echter wel aan maxima gebonden.
De 1e honkman mag een apart model handschoen gebruiken. Deze is meestal flink wat groter dan de gewone binnenveldhandschoenen en bovendien bestaat het vanggedeelte uit één stuk, geen vingers dus. Met deze handschoen kan beter worden gevangen, maar heeft als nadeel dat de bal diep in de handschoen komt en dat het dus langer duurt om een tweede actie te maken. De achtervanger of catcher tenslotte gebruikt ook een apart model handschoen. Dit model is speciaal gemaakt om de harde worpen van de werpers goed mee te kunnen vangen. Daarnaast beschikt het over een dikke beschermende laag om de hand van de achtervanger te beschermen. Deze handschoen is wat groter dan de normale binnenveldhandschoen. Ook is het vanggedeelte uit één stuk en veel steviger dan bij alle andere modellen.
Speciale beschermende materialen: Bij elke spelersuitrusting behoort ook een toque ter bescherming van de geslachtsdelen. Op bepaalde posities of onder bepaalde omstandigheden worden aanvullende materialen
gebruikt. Als je aan slag bent zul je een helm moeten dragen waarbij tevens je oren beschermd zijn. Het speciale slaghandschoentje is niet zo zeer voor veiligheid, maar voor een betere grip op het rubberen handvat van de knuppel. Daarnaast worden door de slagmensen soms scheenbeschermers (in verband met fout geslagen ballen) en elleboogbeschermers (als bescherming tegen worpen van de werper) gebruikt.
De achtervanger of catcher gebruikt de meeste beschermende materialen, hij heeft dan ook de gevaarlijkste positie. Hij gebruikt beenbeschermers, die ook de knieën bedekken. Vaak worden vlak onder de knieholtes zogenoemde kneesavers bevestigd om de knieën tegen slijtage te beschermen. Verder gebruikt hij een bodyprotector die het hele bovenlichaam bedekt behalve de armen en de gooischouder (dus wel de vangschouder), en een speciale helm met een gezichtsmasker en een klepje onderaan dat de keel beschermt. Ook komt het voor dat achtervangers duimprotheses dragen omdat de duim achterover slaat wanneer de bal in de handschoen komt, dit in verband met effectballen die de werper eventueel gooit.
Plaatscheidsrechters gebruiken vrijwel dezelfde set beschermende materialen als de achtervangers, met als extra nog bescherming waar de achtervanger dat niet heeft, zoals op de armen en beide schouders. Ook dragen ze speciale schoenen met stalen neuzen.